Niet vergiftigd worden is een mensenrecht

Ook de tabaksindustrie moet mensenrechten respecteren, schrijven Brigit Toebes en Antenor Hallo de Wolf (NRC- 22 april).  Een ongezond product verkopen is daarmee in strijd.

In september 2016 deed strafrechtadvocate Ficq aangifte tegen vier tabaksproducenten die actief zijn in Nederland. Door willens en wetens hun producten verslavend te maken is er volgens Ficq sprake van onder meer poging tot moord, doodslag en zware mishandeling. Tevens is er volgens de strafrechtadvocate sprake van valsheid in geschrifte doordat de filters van sigaretten zo bewerkt worden dat zij in test-omgevingen minder teer, nicotine en koolmonoxide afgeven dan bij normaal gebruik. In deze aangifte worden de tabaksproducenten dus via het strafrecht verantwoordelijk gehouden voor het produceren en op de markt brengen van een product dat uitermate schadelijk is voor de gezondheid en vaak ook dodelijk is.

Wij betogen dat ook mensenrechtenverantwoordelijkheden de tabaksindustrie dwingen tot een koerswijziging. Mensenrechten scheppen primair verplichtingen voor overheden omdat die als formele partij bij mensenrechten verdragen juridisch aan deze verdragen gebonden zijn. Ondernemingen als de tabaksindustrie zijn in tegenstelling tot overheden niet formeel gebonden aan deze verdragen, dus strikt genomen vloeien er geen juridische verplichtingen voort uit de mensenrechtenverdragen voor een tabaksproducent.

Deze benadering is niettemin aan erosie onderhevig. De afgelopen decennia hebben de Verenigde Naties, ngo’s en mensenrechtenexperts frequent gewezen op de verantwoordelijkheden van niet-statelijke actoren zoals multinationals op basis van mensenrechten. Gezien de macht en invloed die zij uitoefenen op het welzijn van mensen, zo is de gedachte, is het onacceptabel dat zij mensenrechten niet in acht nemen; normen die erop gericht zijn de waardigheid en het welzijn van mensen overal ter wereld te beschermen.

Lees het gehele NRC- opinie artikel dd 22 april 2017, klik hier

Prof. mr. Brigit Toebes en dr. Antenor Hallo de Wolf zijn werkzaam bij de Afdeling Internationaal Recht van de Rijksuniversiteit Groningen.

 

Laat ook jouw stem gelden

Stem nu