Een van mijn ouders rookte. Ook met meeroken loop je gevaar.

Strijder Mieke (70): Ik heb mijn hele leven in de medische wereld gewerkt. In 1997 kreeg ik borstkanker. Domme pech: hoe gezond je ook leeft, dat kan iedere vrouw overkomen. Gelukkig is dat goed afgelopen. Maar 18 jaar later was het opeens mis.

Terugkijkend hoestte ik al een jaar. Het bezoek aan de dokter stelde ik steeds uit, want ik had geen zin in slecht nieuws. Wat als ik weer kanker zou hebben? Ik wilde even niks meer met het ziekenhuis te maken hebben. Toen het hoesten steeds erger werd, heb ik toch maar een foto laten maken. Slecht nieuws: ik had longkanker en het was uitgezaaid.

Ik dacht eerst – en dat hoopte de arts ook- dat het een gevolg was van de borstkanker. Dan zou ik meer kansen hebben. Maar de tumor bleek primair te zijn en ik had uitzaaiingen in mijn lymfeklieren, lever, hersenen en botten.

Ik ben zelf geen roker, maar een van mijn ouders heeft tot ik uit huis ging gerookt. Thuis, in de auto, overal zat ik in de rook. Altijd werd ik er misselijk van. Ik ben een nuchter mens en maak me niet snel druk. Maar toch: ik ken nu de risico’s van meeroken. Er is een aanzienlijke kans dat ik als meeroker ziek ben geworden.

Ik ben niet boos of verdrietig. Mijn ziekte is een gevolg van de onwetendheid van de mensen toen. Het is natuurlijk nooit de bedoeling geweest, geen ouder doet zijn kinderen met opzet zoiets aan. Ondertussen weten we gelukkig beter, we weten dat ook meeroken dodelijk kan zijn. Voor de mensen die roken waar hun kinderen bij zijn: besef wat je je kinderen en andere mensen om je heen dus kunt aandoen.