Mijn rug lag open. Daar hebben ze een heel hekwerk in gezet.

Strijder Vincent Bloothoofd (45) begon op de middelbare school met roken. 14 was hij. Een pakje Barclay kostte 3,65 gulden. “Een lekker gezond sigaretje, werd er gezegd.” Roken was slecht, dat wist hij, maar longkanker was iets voor oude mannen. Bijna 30 jaar later is Vincent herstellende van longkanker en een zware en bijzonder complexe operatie.

“Een paar weken geleden zag ik de foto’s van de operatie. Mijn zijkant lag helemaal open. Vanuit een grote opengesperde wond gingen er twee wervels, de bovenkant van mijn long, een rib en een stuk vlees uit. Een varkenshaas is er niets bij.

Mijn rug lag ook helemaal open. Daar hebben ze een heel hekwerk in gezet. Alsof je de keurslager bezig ziet… Ja, een keurslager. Ik zeg het niet mooier dan het is. Het is ook niet fraai.

Dat is ook mijn boodschap aan de jeugd die begint met roken: de kans bestaat dat je er over 30 jaar – of misschien wel eerder – net zo bij ligt als ik op die operatietafel. En dan heb je nog mazzel. Want de meeste mensen met longkanker gaan gewoon dood.

In juni 2015 kreeg ik voor het eerst last van mijn rechteroksel, mijn rug en mijn arm. Van die venijnige zenuwpijn. Geen enkele pijnstiller hielp. Op de röntgenfoto was niks te zien, op de echo ook niet. M’n longen waren goed. Fijn.

Dus niet. Tot de CT-scan liet zien waar mijn pijn vandaan kwam. In de longtop, tegen mijn rug- en nekwervels aan zat een tumor. Ze noemen het een pancoasttumor. Een tumor die tegen de zenuwen drukt. Dat veroorzaakte de pijn aan mijn rug, arm en schouderblad.

De chemo’s en bestraling vielen mee. Al waren het er veel: 24 dagen achter elkaar een uur chemo, een uur rust en dan bestraling. Mijn haar bleef gelukkig gewoon zitten.

Toen ik voldoende was hersteld kon ik onder het mes. Opereren zou lastig en vol risico’s zijn. Een heel team van chirurgen van het VU is twee volle dagen met me bezig geweest. Ze hebben twee ruggenwervels weggehaald, net als de top van mijn rechterlong en een stuk borstwand en lymfklieren. Een heel metalen bouwwerk is naar binnen gebracht. Dat zorgt voor stabilisatie.

Voor de revalidatie staat minimaal een jaar, maar dat ga ik niet halen. Ik ben nu 9 maanden verder, een deel van mijn rug en torso is nog gevoelloos. Ik mag maar 2 kilo tillen. Ik kan je vertellen: dat zijn weinig boodschappen.

Ik ben een jonge vent van 45. Maar ik ben ook een longkankerpatiënt en nu nog een wrak. Mijn dochter van 12 helpt de badkamer schoon te maken. Ze draait wasjes. Ik heb ook een zoon van 15. Mooi om te zien hoe de kinderen er mee omgaan.

Toen ik begon met roken wist ik dat het niet gezond was. Maar longkanker? Dat kregen oude mannen. Als tiener denk je er zo over. En nog steeds zie ik kinderen van 13 of 14 jaar sigaretten opsteken. Je kunt het hen niet kwalijk nemen. Ze weten niet beter. Sigarettenfabrikanten wel. Echt verschrikkelijk dat ze jonge kinderen aan het roken krijgen en verslaafd maken.”